Visie op leren

De aanleiding:

De maatschappij verandert door technologie en digitalisering van een industriële naar een kennis- en netwerksamenleving. Een gevolg is bijvoorbeeld dat meer mensenwerk wordt gedaan door machines en bij steeds meer soorten werk worden computers en ict gebruikt. Werk verandert en functies veranderen. Dat betekent dat onze leerlingen voorbereid moeten worden op een maatschappij waarbij de focus verschuift van weten, onthouden en gebruiken van onveranderlijke kennis en manieren van aanpakken naar manieren waarop kennis geconstrueerd wordt en dus nieuwe kennis kan ontstaan. Daar waar leren veelal neerkwam op gestructureerde kennisoverdracht en het memoriseren en reproduceren van kennis zullen leerlingen o.a. moeten leren verbanden te zien, strategieën flexibel in te zetten, te relativeren en de dialoog aan te gaan. De 21ste eeuwse vaardigheden, zoals beschreven door het SLO, geven een overzicht van de vaardigheden waarover leerlingen dienen te beschikken om in deze veranderende maatschappij mee te komen. Deze 21ste-eeuwse vaardigheden vormen op het ’s Gravendreef College de basis waarvandaan het onderwijsproces wordt georganiseerd. In deze veranderende maatschappij vindt het ’s Gravendreef College het tevens belangrijk om leerlingen op te leiden die zich realiseren dat feiten samenhangen en dat meningen ergens op gebaseerd moeten zijn. Verder leren wij hen dat er criteria zijn waaraan persoonlijke meningen getoetst kunnen worden en je vanuit empathie voor andere perspectieven in dialoog gaat met klasgenoten en docenten. Zo leren wij leerlingen om te denken vanuit andere perspectieven om tot oplossingen te komen.

De huidige veranderingen van traditioneel lesgeven naar het lesgeven volgens de 21ste-eeuwse vaardigheden stelt dat bij leren niet het ontvangen van informatie, maar het verwerken van informatie het centrale proces is. Dit in tegenstelling tot het traditionele lesgeven, waar het aanbod van informatie centraal staat. In de onderstaande uiteenzetting zal toegelicht worden hoe het onderwijs op het ’s Gravendreef College leerlingen in staat stelt te leren en hen voorbereidt op een verdere toekomst.

Het leerproces:

De 21ste eeuwse vaardigheden ‘samenwerken’ en ‘zelfregulatie’ zijn naast een doel op zich ook een belangrijke basis voor het aanleren van kennis en andere vaardigheden. Hieronder zal het belang van deze vaardigheden voor het leerproces worden toegelicht.

Bij de vaardigheid samenwerken gaat het om het gezamenlijk realiseren van een doel en anderen daarbij kunnen aanvullen en ondersteunen. Het aanleren van samenwerken kent aan de ene kant een economische functie, waarbij er in de toekomst van onze leerlingen verwacht wordt in heterogene teams te kunnen werken. Daarnaast kent samenwerken ook een burgerschapsfunctie waarbij een school een leerlingen dient te leren in een multiculturele maatschappij te functioneren. Samenwerking is echter niet alleen een doel maar ook een middel. Leerlingen leren namelijk niet alleen van de interactie met de leerkracht, maar ook van de interactie met elkaar. Zo kunnen zwakke- en sterke leerlingen elkaar ondersteunen in het bereiken van een hoger niveau. Ook kunnen juist homogene groepen ingezet worden om elkaar te begeleiden in een specifieke taak. Om het samenwerken zo effectief mogelijk in te zetten, worden de leerlingen op het ’s Gravendreef College gecoacht op samenwerken.

De tweede ondersteunende vaardigheid is zelfregulatie. Hierbij gaat het om doelgericht te kunnen handelen, zich kunnen motiveren voor een taak en reflecteren op eigen handelen. Om leerlingen te ondersteunen in hun doelgericht handelen zijn de lessen op het ’s Gravendreef College gebaseerd op leerdoelen. Deze leerdoelen komen altijd uit ‘de zone van de naaste ontwikkeling’. Hierbij wordt de leerlingen voldoende uitdaging geboden en sluit de lesstof tevens aan op de voorkennis. De doelen zijn in de eerste plaats bestemd voor de leerling. Een doel geeft richting aan het leren en helpt te focussen tijdens het oefenen. Zo is een leerling in staat om de aandacht te richten op die aspecten waarin een verandering nodig is en dragen de lessen op die manier bij aan de zelfregulatie. Daarnaast is de docent door doelen te stellen beter in staat om weloverwogen keuzes te maken. Bijvoorbeeld: wie moet welke instructie krijgen, wie heeft vooral feedback nodig, welke werkvorm is het meest geschikt om het doel te bereiken, welke informatie moet de leerling krijgen om zijn aandacht op de juiste aspecten te richten.

Om leerlingen hun leerproces zelf verder te laten sturen, krijgen zij verschillende leerstrategieën aangereikt. Leerkrachten ondersteunen leerlingen bij het zich eigen maken van deze leerstrategieën, zodat zij beter in staat zijn hun leerproces te reguleren. Dit verhoogt de leerprestaties en de motivatie.
Leerlingen hebben vaak moeite om hun eigen leerprocessen te sturen. Zij moeten leren hun leerprocessen te plannen, controleren en indien nodig bijstellen. Door metacognitieve strategieën aan te bieden leren leerlingen beter te reflecteren op hun planning en de effectiviteit van hun leerproces. Reflecteren is tevens een onderdeel van zelfregulatie. Feedback biedt ondersteuning bij het reflecteren en is daarmee van groot belang om prestaties te verbeteren. Feedback is het meest effectief als hij zich richt op het leerproces en op de zelfregulatie van de leerling. Docenten stellen vragen waardoor leerlingen aangezet worden tot nadenken over hoe een taak is uitgevoerd, welke strategieën ingezet kunnen worden, wat zij zelf aan het proces kunnen toevoegen en tot kennis over het leerproces. De nadruk ligt bij het geven van feedback niet op wat er fout is gegaan, maar m.n. op hoe de leerling zich verder kan ontwikkelen. Hierdoor ontstaat een meer betrokken houding ten opzichte van de afgesproken opdracht en is de leerling beter in staat zich te ontwikkelen.

De invulling van het onderwijs:

Om de leerlingen tot optimale leerprestaties te brengen, stelt het ’s Gravendreef College specifieke eisen aan haar lessen. Allereerst bieden wij leerlingen een veilig pedagogisch klimaat om hen tot ontwikkeling te laten komen. Daarin is aandacht voor de emotionele en fysieke veiligheid voor leerlingen, bieden we gelegenheid tot - en hebben we vertrouwen in het ontwikkelen van persoonlijke competenties en is er ruimte voor de overdracht van normen en waarden.

Ons onderwijs is uitdagend en activerend. Het ontwikkelingsproces van kinderen verloopt via verschillende fases, maar niet vanzelf. Onderwijs speelt een belangrijke rol in het doorlopen van de verschillende ontwikkelingsfases. Leerlingen moeten geprikkeld worden om net een stapje verder te zetten in de ontwikkeling en niet in de fase te blijven steken waarin kennis en vaardigheden onder controle zijn, de zogenaamde ‘zone van naaste ontwikkeling’. Docenten zijn goed op de hoogte van de beginsituatie van de leerling, zodat leerlingen de ondersteuning krijgen die nodig is om de stap naar nieuw te verwerven kennis of vaardigheden met succes nemen.

Daarnaast bieden wij differentiatie aan in ons onderwijs. Leerlingen in een klas verschillen in velerlei opzicht, bijvoorbeeld in sociaal-economische achtergrond, intelligentie en persoonlijkheid. Ook ten aanzien van het leren zelf zijn er soms grote verschillen tussen leerlingen, bijvoorbeeld wat betreft leerstijl, motivatie of prestatieniveau. Om tegemoet te komen aan deze verschillen bieden leraren gedifferentieerd onderwijs aan. Ook hiervoor geldt dat duidelijk moet zijn wat de beginsituatie van elke leerling is. Differentiatie biedt een effectief antwoord op de verschillende behoeften van leerlingen en levert een belangrijke bijdrage aan het bereiken van betere leerprestaties. Doelen moeten voor de minder sterke leerling niet bijgesteld worden, maar er zal gekeken moeten worden naar wat de leerling nodig heeft om het doel te behalen.